Afrikaanse Varkenspest

Actuele situatie zomer 2021

Afrikaanse varkenspest (AVP) blijft aanwezig in Oost-Europa. In landen als Polen en Roemenië is de situatie absoluut nog niet onder controle. Sinds september 2020 heeft AVP helaas de wilde zwijnen in het oosten van Duitsland bereikt en sinds juli 2021 is de ziekte op drie verschillende locaties met gehouden varkens geconstateerd. Het gaat hier om kleinschalige (hobbymatig) gehouden varkens.

Let op, extra maatregelen! Vanwege de besmetting bij gehouden dieren in Duitsland, heeft NVWA voor heel Duitsland dubbele reiniging en ontsmetting ingesteld!

De besmette zwijnen bevinden zich in zes aaneengesloten gebieden langs de grens met Polen, in de deelstaten Brandenburg en Saksen. De zes gebieden waar de besmette zwijnen zich bevinden, zijn omheind. En om deze kerngebieden is een neutrale zone gemaakt, waar alle zwijnen worden verjaagd. Op deze wijze wordt een wilde zwijnen vrije bufferzone verkregen, tussen de besmette kerngebieden en de rest van Duitsland.

Begin augustus is in deze gebieden het 1.700ste  besmette wilde zwijn geconstateerd.

AVP-preventiescan

De POV heeft in samenwerking met de Gezondheidsdienst voor Dieren, dierenartsenorganisaties KNMvD en CPD, en Wageningen Bioveterinary research de AVP-preventiescan gelanceerd. De scan is opgesteld voor zowel commercieel als buiten gehouden varkens.

Waakzaamheid vereist

De POV roept ondernemers en (mede)werkers op om het maximale te doen, om te voorkomen dat het virus ons land bereikt. En mocht het toch binnenkomen in Nederland, dan moeten we er samen voor zorgen dat het snel wordt ontdekt, zich niet verder verspreidt, snel wordt geïsoleerd en uitgeroeid.

Informatie over AVP

Actueel nieuws brengt de POV via de Nieuwsbrief onder de aandacht van de leden. De actuele AVP-situatie en -informatie is te volgen via de volgende websites:

Blijf alert en neem verantwoordelijkheid

De POV roept varkenshouders op om alert te blijven. Werk als varkenshouder voor 100% bioveilig en leef de preventieve maatregelen die onder meer zijn opgenomen in de IKB-eisen en protocollen strikt na. Loop de bedrijfsvoering en de ‘externe biosecurity’ nog eens goed na met behulp van de AVP-preventie scan. Breng de ‘lekken’ in beeld en dicht ze.

Kernpunten:

  1. Laat uitsluitend mensen op uw bedrijf toe die er noodzakelijk en beroepsmatig moeten zijn. Zorg ervoor dat alle erfbetreders de hygiënemaatregelen in acht nemen. Toegang uitsluitend na douchen (als dat mogelijk is) en met bedrijfskleding.
  2. Controleer nauwkeurig of de veewagens die op uw bedrijf komen laden goed gereinigd en ontsmet zijn. Als u de indruk heeft dat dit niet op orde is, stuur de wagen weg. Vraag en controleer het R&O-boekje, en check of na bezoek aan een risicoland of risicoregio er een extra R&O in Nederland heeft plaatsgevonden. Wees extra alert met buitenlandse wagens en chauffeurs.
  3. Zorg ervoor dat de R&O-voorzieningen en -middelen op uw bedrijf zodanig in orde zijn, dat een veewagen na lossen van de dieren uw bedrijf goed gereinigd en ontsmet kan verlaten. Zie hiervoor de flyer op de website van Vee&Logistiek Nederland en POV.
  4. Let goed op met (seizoen) medewerkers uit het buitenland. Voorkom dat buitenlandse werknemers etenswaren meenemen uit hun thuisgebieden en geef ze een flyer
  5. Koop geen ruwvoer of fourageproducten (snijmais, stro, hooi, hokverijkingsmateriaal) afkomstig uit risicolanden, risicogebieden en van onbekende herkomst. 
  6. Neem nog eens goed de IKB-eisen en uw eigen bedrijfsprotocollen door. Vul de AVP-preventiescan in. . Doe dit desgewenst samen met uw dierenarts of hygienespecialist. Spoor de ‘lekken’ op en dicht ze!
  7. Zorg ervoor dat er minimaal voor 3 dagen voer opvoorraad is en een plan voor minimaal zes weken noodhuisvesting

 

Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kunnen we er samen voor zorgen dat we AVP en andere bedreigende dierziekten buiten de deur houden!

 

Nadere informatie in het Bewaarnummer van het POV ledenmagazine ‘Het Varkensgeluid’ dat in april 2019 aan alle varkenshouders is toegestuurd. Download dit magazine hier.

 

Risico’s voor insleep

Wilde zwijnen

De belangrijkste verspreiders van het AVP-virus zijn wilde zwijnen. Zij zorgen voor snelle verplaatsing van het virus binnen hun territorium dat doorgaans 15-20 kilometer in doorsnede is. Op microniveau verspreiden ook teken en vliegen het virus, in Azië wordt ook gewezen op kraaien als verspreiders van het virus. Als we kijken naar de afstand die het virus overbrugt, dan zijn mensen de grootste verspreiders. Door besmet voedsel, besmette mest aan schoeisel of voertuigen kan het AVP-virus enorme afstanden afleggen. Dat hebben we gezien bij de uitbraak in België.

Voer

Recente onderzoeken tonen nog een andere gevaarlijke verspreider van het virus aan: veevoer. Onlangs werd bewezen dat AVP enkele maanden kan overleven in veevoer, ondanks hoge vochtigheid en temperaturen.

Aan het voeren van keukenafvallen en voedselresten zitten grote risico’s. Het is in de EU verboden deze producten aan varkens te voeren.

 

Etensresten in de natuur

Het risico van verspreiding, vooral door menselijk handelen, blijft onverminderd groot. Op de grote afstand is menselijk handelen de grootste risico vorm voor insleep van AVP. Het is daarom van het grootste belang de insleep te voorkomen door geen etensresten (varkensproducten) in de natuur achter te laten en door te voorkomen dat deze bij gehouden varkens terecht komen.

 

Werknemers uit het buitenland

Buitenlandse werknemers zijn hierbij een belangrijke doelgroep die we moeten blijven informeren en benaderen. De NVWA en de POV hebben voor arbeidsmigranten flyers beschikbaar om ze voor te lichten en te waarschuwen voor het meenemen van voedselproducten.

Download de oproepen voor buitenlandse werknemers hier in het TsjechischRoemeensBulgaarsPools, Nederlands en Engels.  

 

Vrachtwagenchauffeurs / parkeerplaatsen

Een van de risico’s voor de insleep van Afrikaanse varkenspest (AVP) is dat chauffeurs uit landen waar AVP heerst, voedingsmiddelen en vooral vleeswaren meebrengen en achterlaten op parkeerplaatsen en in de natuur langs snelwegen. Daarom is het heel belangrijk dat het afval in de afvalbakken wordt gedeponeerd en dat er voldoende prullenbakken op de parkeerplaatsen zijn, die vaak genoeg geleegd worden. In het kader van de gezamenlijke preventieve acties, zijn op de belangrijkste parkeerplaatsen informatieborden geplaatst. Deze borden leggen het belang van het veilig inzamelen van etensresten duidelijk uit. Dierenartsen, slachterijen en varkenshouders leveren hun bijdrage aan het periodiek controleren van risicovolle parkeerplaatsen.

Is er op deze parkeerplaatsen iets niet in orde? Meld dat dan via de Buiten-Beter-app.

 

Reizigers en toeristen

Mede op aandringen van de POV zijn de douanecontroles op import van vleesproducten door reizigers en toeristen (vliegvelden en haven) opnieuw verscherpt. Dit om te voorkomen dat er via die route besmette vleesproducten binnen komen. De NVWA heeft hierover regelmatig overleg met de douane instanties. Dit ook over het ontwikkelen en toepassen van waarschuwings- en informatiemateriaal.

Hier Informatie van de NVWA voor buitenlandse chauffeurs en reizigers

Hobbyhouders en buitenvarkens

Er is nog veel onbekendheid bij de houders van hobbyvarkens en bij anderen die (beroepsmatig) in contact komen met hobbyvarkens over wat er zoal komt kijken bij het houden van varkens. De POV vindt het belangrijk dat hobbyhouders zich registreren en goed worden geïnformeerd over de wettelijke eisen die ook voor hun gelden. Praktische informatie voor hobbyhouders ook over diergezondheid en het voorkomen van insleep AVP is samengebracht in een flyer. Als varkenshouders contact hebben met hobbyhouders  is het goed om ze ‘met de flyer in de hand’ op een vriendelijke wijze te informeren. Er is meestal geen sprake van onwil maar van onwetendheid.  

De POV werkt samen met de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders, de hobby varkensvereniging, GD en KNMvD om de bewustwording met betrekking tot registratie, goede houderij en diergezondheid te vergroten. Hobbyhouders kunnen ook gebruik maken van de informatie op de website van ‘levende have’. Op deze website is ook een mooie infographic beschikbaar.  

Sinds kort zijn bij deze groep de ‘Buitenvarkenhouders’  aangesloten. Naast biologische varkenshouders zijn er verschillende concepten waar varkens in een buitensysteem worden gehouden. Daarom is er contact gelegd met twee buitenvarkenshouders die zich inzetten om deze groep te verenigen en deze manier van varkenshouden te professionaliseren op het gebied van voedselveiligheid en (externe) bioveiligheid. Gezamenlijk is er gewerkt aan het opstellen van extra biosecurity eisen en een aparte AVP-preventiescan voor de groep buitenvarkenshouders gemaakt.

4. Beheer en reductie aantallen wilde zwijnen in Nederland

Het virus verspreid zich over een grote afstand door ‘menselijk handelen’; bijvoorbeeld besmet vlees achterlaten in de natuur wat vervolgens gegeten wordt door een wild zwijn. De belangrijkste verspreiders van het AVP-virus op korte afstand zijn wilde zwijnen. Zij zorgen voor snelle verplaatsing van het virus binnen hun territorium dat doorgaans 15-20 kilometer in doorsnede is.. Als AVP hier uitbreekt onder wilde zwijnen dan betekent dat een regelrechte ramp voor de varkenssector. De gevolgen zijn bovendien veel breder: in een ruim gebied rond de besmettingshaard wordt het toeristisch en agrarisch verkeer aan banden gelegd. Dit betekent dat bossen verboden gebied worden, recreatieparken worden gesloten en dat er beperkingen komen op het oogsten van gewassen. Alles is er op dat moment op gericht om zo min mogelijk bewegingen van mensen, dieren en wilde zwijnen te realiseren.

De POV vindt dat de omvang van de wilde zwijnen populaties in Nederland drastisch moet worden gereduceerd. In de Roadmap preventie AVP, die op initiatief van de POV tot stand is gekomen, zijn afspraken met LNV, provincies en natuurorganisatie gemaakt om dit te realiseren.

Kernpunten benadering POV en LTO organisaties wilde zwijnen en AVP:

  1. In de gebieden waar op dit moment zwijnen zijn gevestigd moet maximaal worden ingezet op populatievermindering. Elders, waar nog geen zwijnen voorkomen, moet gewerkt worden aan het voorkomen van uitbreiding van de leefgebieden, met andere woorden: daar dient een nulstand voor wilde zwijnen nagestreefd en gerealiseerd te worden.
  2. Lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk moet maximaal ingezet worden op samenwerking tussen alle belanghebbenden om te voorkomen dat AVP uitbreekt in ons land. Op regionaal niveau is de POV daarom actief met regionale POV bestuurders en leden. Ook is hierin nauwe samenwerking met de jagersvereniging.
  3. Beheer van wilde zwijnen moet overal mogelijk zijn. Grondeigenaren die niet meewerken aan het vastgestelde beleid met betrekking tot wilde zwijnen dienen hiertoe gedwongen te worden, middels een provinciale opdracht.
  4. In het geval van een uitbraak van AVP in de nabijheid van gebieden waar het vastgestelde beleid met betrekking tot wilde zwijnen niet wordt uitgevoerd dienen de grondeigenaren van betreffende gebieden aansprakelijk te worden gesteld. Dit voor de directe kosten voor de Nederlandse varkenshouderijsector, de kosten van de indirect getroffen sectoren (horeca, recreatie) en de overlast die iedere Nederlander in de omgeving van een AVP-uitbraak zal ondervinden.
  5. Beheer van wilde zwijnen dient zo professioneel en uitgebreid mogelijk plaats te vinden. Dit betekent dat de overheid hiertoe de middelen moet vergunnen en er financiële bijdragen moeten komen voor de uitvoerders. Daar waar de jagers, terreinbeheerders en andere uitvoerders er niet in slagen om intensieve bejaging van wilde zwijnen te organiseren, terwijl het voorkomen van zwijnen wel bij herhaling wordt vastgesteld, moet de inzet van interventieteams serieus worden overwogen.
  6. Rasteren is een essentieel item in de gereedschapskist bij het tegengaan van AVP. Bestaande rasters dienen in beeld gebracht te worden en aangevuld op strategische plaatsen. Viaducten en faunapassages moeten worden voorzien van zwijnkerende rasters. Parkeerplaatsen in gebieden met wilde zwijnen dienen ook voorzien te worden van een raster. Vuilnisbakken dienen afsluitbaar te zijn en voorzien te zijn van voorlichtingsmateriaal over gevaar overdracht AVP via voedsel naar wilde zwijnen.
  7. Bewustwording van de gebruikers van het buitengebied met betrekking tot AVP zeer belangrijk. Dit is primair een verantwoordelijkheid van de overheid. Als men zich bewust is van de symptomen bij wilde zwijnen en bij onraad dienen direct de juiste instanties worden ingeschakeld om de gevolgen van een uitbraak zo beperkt mogelijk te houden.

 

Bestrijding AVP

Dat een besmetting met AVP in Nederland grote economische gevolgen heeft, hoeft geen betoog. Hoewel er internationaal is afgesproken dat een besmetting bij wilde zwijnen de AVP status van een land niet beïnvloedt, is de kans bijna 100% dat derde landen handelsbarrières opwerpen, waardoor de export ernstig wordt belemmerd met alle gevolgen van dien.

Meld direct verschijnselen van AVP

AVP is een aangifteplichtige ziekte. De verschijnselen van AVP worden toegelicht in het volgende animatiefilmpje van de EU-commissie. https://youtu.be/eyQ4t1wHl2M

Elke klinische verdenking moet worden gemeld bij de NVWA via het Centraal meldpunt Dierziekten ((045) 546 31 88). Dit geldt zowel voor varkenshouders als voor dierenartsen. Voor vragen over AVP kunnen varkenshouders en dierenartsen telefonisch terecht bij de Veekijker van GD 0900-7100000, optie 2.

Monitoring wilde zwijnen

Het programma Monitoring Wilde Zwijnen is een programma om aan te tonen dat wilde dieren vrij zijn van aangifte- en bestrijdingsplichte ziekten. Deze monitoring wordt uitgevoerd bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en richt zich op AVP, KVP en ziekte van Aujezky (ZvA).

Jagers verzamelen van ieder geschoten zwijn een bloedmonster en deze wordt onderzocht in het laboratorium van de WBVR. Vervolgens worden deze monsters steekproefsgewijs onderzocht. Dit monitoringsprogramma is iets anders dan ‘vroegdetectie AVP – protocol melden en monstername gevonden kadaver wild zwijn’. Deze twee initiatieven worden vaak door elkaar heen gehaald; bij deze vroegdetectie wordt elk dood gevonden wild zwijn waarvan de doodsoorzaak niet op aanwijzingen te bepalen is (aanrijding, schot) beoordeeld en bemonsterd. Deze zwijnen worden wel direct door WBVR op virus onderzocht. Daar is op aandringen van de POV aan toegevoegd dat ook wilde zwijnen van de waarvan de fauna beheer het vermoeden heeft dat ze een mogelijk gevaar kunnen vormen voor de insleep van een bestrijdingsplichte dierziekte, via dit protocol worden beoordeeld en bemonsterd.

 

5. Draaiboek bestrijding Afrikaanse Varkenspest

Voorop staat dat we alles moeten doen om AVP buiten Nederland te houden. Echter, bij een situatie waarin AVP bij wilde zwijnen wordt geconstateerd, zullen ongeveer dezelfde maatregelen gelden als voorheen in België en nu in Duitsland. De overheid is dan verantwoordelijk voor de uitvoering en de kosten van de bestrijding. De draaiboeken hiervoor liggen klaar en in februari 2020 heeft er een oefening plaatsgevonden.

De aanpak van AVP en ook KVP is wettelijk vastgelegd in de beleids- en uitvoeringsdraaiboeken.

Nadere informatie:

  • Samenvatting maatregelen bij uitbraak AVP/KVP (LINK naar PDF presentatie LNV)

Drie dagen voer op voorraad

Bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest of klassieke varkenspest krijgen alle varkenshouders in Nederland eerst gedurende 72 uur te maken met een totale standstill. Het advies is dan ook om altijd voor minimaal drie dagen voer op voorraad te hebben.

Minimaal zes weken noodhuisvesting

Bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest (AVP) onder wilde zwijnen of gehouden varkens is het nodig om te zorgen voor minimaal veertig dagen noodhuisvesting. Dat geldt voor de bedrijven die het dichtst bij de uitbraak liggen in het beschermingsgebied.

Varkenshouders in de buurt van de uitbraak krijgen tegelijkertijd te maken met een beschermingsgebied (B-gebied) en een toezichtsgebied (T-gebied) op basis van EU-regelgeving. De bepalingen hiervoor staan ook in de Nederlandse beleids- en uitvoeringsdraaiboeken. De omvang van de beschermings- en toezichtsgebieden bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest of klassieke varkenspest is circa 3 kilometer rondom de uitbraak voor het B-gebied en circa 10 kilometer voor het T-gebied. Bij de vaststelling van deze gebieden houdt de overheid rekening met natuurlijke en controleerbare grenzen, dus de gebieden kunnen groter zijn.

In de B- en T-gebieden geldt een aantal EU-maatregelen. Alle bedrijven in de gebieden worden bezocht en de varkens worden onderzocht op Afrikaanse varkenspest of klassieke varkenspest, toegang tot de bedrijven is verboden en gedurende een minimale periode is geen enkel transport van dieren toegestaan. Bij die minimale periode is er een duidelijk onderscheid tussen Afrikaanse varkenspest en klassieke varkenspest

De EU-maatregelen in de beperkingsgebieden gelden gedurende een minimale periode:
• Voor klassieke varkenspest minimaal dertig dagen (B-gebied) of 21 dagen (T-gebied);
• Voor Afrikaanse varkenspest minimaal veertig dagen (B-gebied) of dertig dagen (T- gebied);

Bij een uitbraak van Afrikaanse varkenspest moeten varkenshouders er dus van uitgaan dat het bedrijf tot wel veertig dagen op slot zit. Het advies van de POV is om voor een periode van minimaal zes weken een noodplan voor huisvesting te hebben. Het hebben van een noodplan is een IKB verplichting.

Op de website van Holland Varken zijn de brochure Noodhuisvesting en het Plan voor noodhuisvesting te vinden. Bekijk hier ook de praktische tips

Thema's